Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1:[slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd door met een mes op haar in te steken en/of te snijden, wat primair ten laste is gelegd als moord en subsidiair als doodslag;
feit 2:[slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd door met een mes op haar in te steken en/of te snijden, wat primair ten laste is gelegd als moord en subsidiair als doodslag;
- feit 3:een kruisboog op [slachtoffer 3] heeft gericht en heeft geschoten, nadat zij – om te ontkomen aan het geweld zoals onder 1 en 2 is ten laste gelegd – zich van het balkon had laten vallen en gewond op de grond lag. Deze gedraging is primair ten laste gelegd als poging tot moord dan wel poging tot doodslag, subsidiair als een poging tot zware mishandeling (al dan niet met voorbedachten rade) en meer subsidiair als een bedreiging;
- feit 4:een kruisboog op [slachtoffer 4] (politieagent) heeft gericht en heeft geschoten. Deze gedraging is primair ten laste gelegd als poging tot moord dan wel poging tot doodslag, subsidiair als een poging tot zware mishandeling (al dan niet met voorbedachten rade) en meer subsidiair als een bedreiging;
feit 5:een lid van de Dienst Speciale Interventies en tevens lid van de Aanhoudings- en Ondersteuningsteam, geregistreerd als [slachtoffer 5] , heeft bedreigd door een (geladen) kruisboog op deze politieambtenaar te richten en gericht te houden.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
in de woning aan de [adres 2]
op de balkons aan [adres 1]
opzet op de dood
voorbedachte raad
voorbedachte raad: juridisch kader
voorbedachte raad: was er sprake van een plan?
voorbedachte raad: was er gelegenheid voor kalm beraad en rustig overleg?
conclusie
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
de totstandkoming van het PBC-rapport
geheugenverlies
voorgeschiedenis
ziekelijke stoornis van de geestvermogens en causaal verband
toerekening
conclusie
7.De op te leggen straf of maatregel
de aard en de ernst van de gepleegde feiten
de persoon van verdachte
het oordeel van de rechtbank
8.De schade van benadeelden
gederfd levensonderhoud
kosten van lijkbezorging
affectieschade
materiële schade
immateriële schade
conclusie
materiële schade
immateriële schade
conclusie
conclusie
materiële schade
immateriële schade
conclusie
materiële schade
immateriële schade
conclusie
materiële schade
immateriële schade: fysiek letsel en aantasting in de persoon
immateriële schade: shockschade
conclusie
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
onder 1 primairen het
onder 2 primairten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
onder 1 subsidiair, het
onder 2 subsidiair, het
onder 3 primair, het
onder 4 primairen het
onder 5ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
[benadeelde 1]toe tot een bedrag van
€ 23.400,00(bestaande uit € 5.900,00 aan materiële schade en € 17.500,00 aan affectieschade);
[benadeelde 1](feit 1): van een bedrag van
€ 23.400,00(de materiële schade van € 5.900,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2022 en de affectieschade van € 17.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 23.400,00, de materiële schade van € 5.900,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2022 en de immateriële schade van € 17.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 2]toe tot een bedrag van
€ 17.500,00(bestaande uit affectieschade);
[benadeelde 2](feit 1): van een bedrag van
€ 17.500,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 3]toe tot een bedrag van
€ 144,00(bestaande uit materiële schade);
[benadeelde 3](feit 1): van een bedrag van
€ 144,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 144,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 4]toe tot een bedrag van
€ 19.000,00(bestaande uit € 1.500,00 aan materiële schade en € 17.500,00 aan affectieschade);
[benadeelde 4](feit 2): van een bedrag van
€ 19.000,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 19.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 5]toe tot een bedrag van
€ 10.730,85(bestaande uit materiële schade);
[benadeelde 5](feit 2): van een bedrag van
€ 10.730,85(te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10,98 vanaf 22 september 2021; over een bedrag van € 38,94 vanaf 24 september 2021; over een bedrag van € 17,35 vanaf 28 september 2021; over een bedrag van € 31,95 vanaf 23 oktober 2021; over een bedrag van € 17,35 vanaf 25 september 2021 en over een bedrag van € 10.621,00 vanaf 20 oktober 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 10.730,85, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10,98 vanaf 22 september 2021; over een bedrag van € 38,94 vanaf 24 september 2021; over een bedrag van € 17,35 vanaf 28 september 2021; over een bedrag van € 31,95 vanaf 23 oktober 2021; over een bedrag van € 17,35 vanaf 25 september 2021 en over een bedrag van € 10.621,00 vanaf 20 oktober 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 6]toe tot een bedrag van
€ 96,94(bestaande uit materiële schade);
[benadeelde 6](feit 2): van een bedrag van
€ 96,94(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 96,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
€ 1.080,00;
[benadeelde 7]toe tot een bedrag van
€ 21,63(bestaande uit materiële schade);
[benadeelde 7](feit 2): van een bedrag van
€ 21,63(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 21,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 8]toe tot een bedrag van
€ 371,14(bestaande uit materiële schade);
[benadeelde 8](feit 2): van een bedrag van
€ 371,14(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 371,14, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 9]toe tot een bedrag van
€ 17.750,00(bestaande uit € 250,00 aan materiële schade en € 17.500,00 aan affectieschade);
[benadeelde 9](feit 2): van een bedrag van
€ 17.750,00(de materiële schade van € 250,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2021 en de affectieschade van € 17.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 17.750,00, de materiële schade van € 250,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2021 en de affectieschade van € 17.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
€ 191,39;
[benadeelde 10]toe tot een bedrag van
€ 20.000,00(bestaande uit affectieschade);
[benadeelde 10](feit 2): van een bedrag van
€ 20.000,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 20.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 10]te openen
rekening met een BEM-clausule. De raadsvrouw van de benadeelde partij stelt hiertoe binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis het Openbaar Ministerie op de hoogte van de bij de voor de benadeelde partij geopende bankrekening behorende gegevens;
[benadeelde 10]voor een deel van
€ 6.300,00niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer 3]toe tot een bedrag van
€ 32.395,85(bestaande uit € 4.895,85 aan materiële schade en € 27.500,00 aan immateriële schade);
[slachtoffer 3](feit 3): van een bedrag van
€ 32.395,85(de materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2022 en de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 32.395,85, te vermeerderen met de wettelijke rente over de materiële schade van € 4.895,85 vanaf 1 mei 2022 en over de immateriële schade van € 27.500,00 vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij
- wijst de vordering van de benadeelde partij af tot een bedrag van
[slachtoffer 4]toe tot een bedrag van
€ 3.000,00(bestaande uit immateriële schade);
[slachtoffer 4](feit 4): van een bedrag van
€ 3.000,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 5]toe tot een bedrag van
€ 2.500,00(bestaande uit immateriële schade);
[slachtoffer 5](feit 5): van een bedrag van
€ 2.500,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 5 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
teruggaveaan verdachte van de op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers
28 t/m 31en
33;
onttrokken aan het verkeerde op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers
1 t/m 27,
32en
34 t/m 38.
- Hypothese V-H1: De verf op het mes [AAOT1705NL] is afkomstig van de voordeur van de woning.
- Hypothese V-H2: De verf op het mes [AAOT1705NL] heeft een willekeurige, andere bron van herkomst.
- Hypothese M-H1: De beschadigingen zijn veroorzaakt met mes [AAOT1705NL].
- Hypothese M-H2: De beschadigingen zijn veroorzaakt met een willekeurig ander mes.
- de man op een gegeven moment met zijn kruisboog op het inpandige balkon aan de achterzijde van de woning verscheen;
- de man daar met deze kruisboog een pijl afschoot in de richting van de politieagenten die, ter hoogte van de Henriëtte Roland Holstlaan, de rijbaan van de Rembrandtlaan hadden afgezet.
- zij daar buiten vervolgens op het balkon van de bovenste verdieping, zijnde de derde etage, van de meest links gelegen woning een man over het balkon zagen hangen;
- zij zagen dat deze man een vermoedelijke kruisboog daar naar beneden richtte richting het daar op de bestrating liggende slachtoffer;
- zij daarop zagen dat deze man met deze vermoedelijke kruisboog een pijl afschoot die daar met de punt de bestrating trof vlak naast het daar liggende slachtoffer.