Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
“O, hier gaan we dus wel op in.”[A] en [verweerster] hebben tijdens een bilateraal overleg op 31 maart 2021 doorgesproken over wat [verweerster] met deze opmerking bedoelde. Daarbij komen zij te spreken over dat zij elkaar niet altijd goed begrijpen. Het gespreksverslag meldt hierover het volgende:
Hoe gaat het?
[verweerster] : Het gaat op en af. Voelt zich gejaagd en ervaart stress van bepaalde situaties die werk gerelateerd zijn. Maakt zich zorgen om voortgang projecten, financiële situatie en ook om medewerkers (vb [B] ). [verweerster] zegt letterlijk: “Ik voel me wiebelig maar moet wel sterk overkomen. Wat er met mij gebeurd is ook niet goed voor hen.Dit heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat het niet goed voor mij is om deze gesprekken nu te voeren.
[A] uit zijn zorgen over de gezondheid van [verweerster] . Als zij niet goed functioneert dan heeft dat zijn weerslag op de organisatie zoals zij zelf ook aan geeft.Ik geef niet aan dat dit zijn weerslag heeft op de organisatie. Ik geef aan dat er dingen niet goed gaan in de
Advies bedrijfsarts
De bedrijfsarts heeft [verweerster] geadviseerd om zich 100% ziek te melden en een tijdje afstand te
[A] heeft via de OOO van [verweerster] moeten vernemen dat zij alleen de ochtenden werkt. Dit
[verweerster] geeft aan dat ze de 50% redelijk flexibel wil invullen, al naar gelang wat haar agenda
het overzicht van taken mist [A] de rol binnen het MT en de MT vergaderingen. Gaat [verweerster]
Berichtgeving lnsite
[verweerster] geeft aan dat ze niet blij was met het bericht van [A] op Insite over haar afwezigheid.
Functiewaardering [verweerster]
[A] heeft dit in PO P&O besproken. [C] en [D] pakken dit op en geven
3.Het geschil
4.De beoordeling
van het verzoek en het tegenverzoek
incompatibilité d’humeur”.Gelet op de belangrijke positie die [verweerster] als manager van de Academie inneemt in het MT, is een zekere mate van vertrouwen in en vruchtbare samenwerking met [A] als directeur-bestuurder een vereiste. Omdat dit ontbreekt, is sprake van een verstoring van de arbeidsverhouding die niet alleen aanzienlijk is, maar ook fundamenteel en niet op korte termijn te herstellen is. Hiermee komt de kantonrechter tot de slotsom dat dat sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding, dat van De Meerpaal in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te laten voortduren.
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34).