Eiser, werknemer bij een vennootschap onder firma (vof), vordert in kort geding betaling van achterstallig salaris over februari, maart en april 2023, alsmede voortzetting van salarisbetalingen tot einde arbeidsovereenkomst, inclusief vakantiebijslag, wettelijke verhogingen, wettelijke rente, inzage loonstroken, dwangsom, incassokosten en proceskosten.
De vof en drie vennoten zijn gedaagde partijen. Alleen de vof verschijnt niet, de vennoten verschijnen niet en worden niet correct betekend. De kantonrechter verleent verstek tegen de vof, maar verklaart de dagvaardingen tegen twee vennoten nietig wegens ontbreken van betekening aan hun woonadressen.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering voldoende aannemelijk is en dat er sprake is van spoedeisend belang vanwege het uitblijven van salarisbetalingen, waardoor eiser in financiële problemen is gekomen. De gevorderde loonbetalingen, inzage in loonstroken, dwangsom en incassokosten worden toegewezen. De dwangsom wordt gematigd tot €250 per dag met een maximum van €5.000. Proceskosten en nakosten worden aan eiser toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.