Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
Stichting Leefbaar Buitengebied, uit Geerdijk,
[naam 1], uit [woonplaats 1] , en
[naam 3], uit [woonplaats 2] , eisers in ZWO 21/1947,
[naam 4], uit [woonplaats 3] , eiser in ZWO 21/2005,
Fietsersbond, uit Utrecht, eiser in ZWO 21/2006,
Erfgoedvereniging Heemschut, uit Amsterdam, eiseres in ZWO 21/2027,
Stichting Omgevingsrecht, uit Almelo, eiseres in ZWO 22/890,
het college van burgemeester en wethouders van Ommen, verweerder,
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
enop basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan tevens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo is vereist. In artikel 3.3 van bestemmingsplan A is een dergelijk verbod behoudens een omgevingsvergunning voor het aanleggen, opgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
ende door haar verrichte feitelijke werkzaamheden volgt dat de rechtsregels die volgens SO zijn geschonden, kennelijk strekken tot bescherming van haar belang.
“(…) vindt plaats in het kader van het algemeen belang en komt veelal voort uit sectoraal raadsbebeleid, (…)”. Reeds het gebruik van de term ‘veelal’ betekent naar het oordeel van de rechtbank dat van een vereiste grondslag in sectoraal raadsbeleid geen sprake is.
“Deze regeling heeft uitsluitend betrekking op lokale infrastructuur, zoals lokale wegen. Provinciale wegen en Rijkswegen zijn uitgezonderd.”Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee een onderscheid gemaakt tussen lokale wegen, waarvoor de gemeente veelal het bevoegde gezag is, en provinciale en rijkswegen, waarvoor de provincie dan wel het Rijk bevoegd gezag is. De gemeente Ommen (en niet de provincie dan wel het Rijk) is bevoegd gezag bij de brug over de Vecht en de bijbehorende infrastructuur.