Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- het vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs, te weten amfetamine en/of MDMA) en/of
- misdrijven als bedoeld in artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet, te weten het plegen van voorbereidingshandelingen zoals bedoeld in laatstgenoemd artikel.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- ongeveer 735 liter vloeistof, die met behulp van een elektronisch identificatieapparaat, de First Defender (hierna: FD), indicatief werd vastgesteld als BMK;
- ongeveer 20 liter vloeistof in de woning van verdachte, met behulp van de FD indicatief vastgesteld als amfetamine;
- 209 sealpakketten van elk ongeveer 2,6 kilogram;
- ongeveer 1100 kilo witte/gele poeder en brokken, met behulp van de FD indicatief vastgesteld als MAPA en APAA;
- veel verschillende soorten hardware, onder meer ketels, scheitrechters, emmers, klemdekselvaten, jerrycans, en IBC's.
N-formylamfetamine, formamide, mierenzuur , BMK-glycidezuur, APAA en MAPA aangetoond.
N-formylamfetamine. Dit wordt vervolgens gewassen in een scheitrechter waarna deze wordt verwarmd met zoutzuur om het in amfetamine om te zetten. Hierna wordt het gezuiverd met caustische soda waarna er amfetamineolie overblijft. Uiteindelijk wordt deze amfetamineolie vermengt met zwavelzuur waardoor het in een vaste stof wordt omgezet.
- verschillende soorten lege gasflessen;
- lege kartonnen dozen;
- 69 witte emmers met restanten van wit poeder;
- ongeveer 10.000 liter aan vloeibaar afval (in 200 liter dopvaten, IBC’s en een klemdekselvat), gerelateerd aan de vervaardiging van amfetamine en BMK;
- zeven kilogram beige poeder (in de paardenstal), dat met behulp van een elektronisch identificatieapparaat, de First Defender, indicatief werd vastgesteld als MAPA.
N-formylamfetamine en uiteindelijk in amfetamine. Gelet op de in de ruimtes aangebrachte voorzieningen, de hoeveelheid afval, de verbruikte chemicaliën (lege verpakkingen) en de hoeveelheid aangetroffen chemicaliën, was volgens de LFO sprake van grootschalige en professionele productie van BMK en amfetamine.
- 18 lege versterkte vezelzakken met resten van een stof die door het NFI positief getest is op MAPA;
- 25 lege versterkte vezelzakken met resten van een stof, positief getest door het NFI op BMK-glycidezuur;
- een whiteboard met een recept voor BMK;
- 79 liter vloeibare stof in een klemdekselvat, door het NFI getest als BMK.
3 september 2020 goederen en chemicaliën aangetroffen, waaronder:
- 22 lege dozen met resten van wit poeder. Dit poeder is door het NFI getest als MAPA;
- verschillende lege jerrycans met restanten van een vloeistof, die door het NFI positief getest is als BMK.
“(…)ik denk dat hij ander volk is tegengekomen en ergens anders is gaan draaien en alle afval bij hem neer gedonderd heeft(…)”.Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de term ‘draaien’ crimineel jargon is voor de productie van synthetische drugs. Op 7 april 2020, in een gesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , zegt medeverdachte [medeverdachte 1] dat verdachte kleren mee moet nemen en dat ze gelijk gaan werken en
“(…) binnen moet even smelten. Ik leer jou wel(…)”.‘Smelten’ is crimineel jargon voor het smelten van korrels APAAN en BMK-olie. Verdachte antwoordt daarop dat hij niet zelf gaat smelten, maar dat hij misschien wel mensen kan regelen. In het vervolg op voornoemd gesprek, op 8 april 2020, deelt verdachte aan medeverdachte [medeverdachte 1] mee dat hij
“werkers”voor hem heeft. Het begrip ‘werkers’ wordt gebruikt voor mensen die werkzaamheden in een drugslab verrichten.
- ter beschikking stellen van locaties voor drugslabs;
- zorgen voor opslag van hardware;
- zorgen voor grondstoffen en chemicaliën;
- zorgen voor hardware;
- ontruimen en opruimen van drugslabs en lozen van drugsafval;
- afscherming en voorkoming van ontdekking van de organisatie.
“ze”gaan binnen klappen deze week. Ook zegt medeverdachte [medeverdachte 1] dat hij nu twee plekken heeft die opgebouwd moeten worden. Op de ene plek wordt er
“vacum”(vagum) getrokken. Daarmee wordt in het criminele milieu bedoeld dat er BMK-olie gedestilleerd wordt. Op de andere plek wordt er
“a”(amfetamine) gedraaid. Gezien de timing van dit gesprek is het aannemelijk dat met de twee andere plekken wordt gedoeld op de locaties aan de [adres 4] en de [adres 5] .
4.1.3 Productielocaties’vastgesteld dat de locaties in [locatie 2] , [locatie 1] , [locatie 3] en [locatie 4] waren ingericht ten behoeve van het op grote schaal vervaardigen en/of bewerken van BMK en/of amfetamine middels de Leuckartmethode met behulp van de aanwezige en gebruikte chemicaliën en productiemiddelen. Op basis van de aangetroffen goederen tijdens de doorzoekingen op de locaties in [locatie 2] , [locatie 1] , [locatie 3] en [locatie 4] kan worden vastgesteld dat daadwerkelijk op grote schaal amfetamine is geproduceerd in [locatie 2] en [locatie 1] en dat in de labs in [locatie 3] en [locatie 4] honderden liters BMK zijn geproduceerd. Op de verschillende locaties werden, naast BMK en amfetamine, ook (onder meer) (pre-) precursoren APAAN, MAPA, mierenzuur , caustische soda en fosforzuur aangetroffen.
“grondstof 27.335 [alias 4] ”.Het getal 27.335 wordt ook genoemd in de historische notities van een EncroChat-account van medeverdachte [medeverdachte 9] (‘ [accountnaam 7] ’). Daarin wordt het hiervoor genoemde getal opgesplitst en gespecificeerd:
“fos”naar een nieuwe plek moeten en op 8 april 2020 voeren medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] een chatgesprek waarin wordt geconcludeerd dat de
“mieren”en de
“for”weg moeten en wordt onderhandeld over de prijs van
“mier”en
“for”.
“ [bedrijf 1] filter 93”. Die facturen van [bedrijf 1] stonden op naam van [bedrijf 2] . Uit onderzoek is gebleken dat medeverdachte [medeverdachte 9] bestuurder is van [bedrijf 2] LTD en gevolmachtigde van [bedrijf 2] B.V. Ook is gebleken dat [bedrijf 2] meerdere aankopen heeft gedaan bij [bedrijf 1] . Onder meer zijn filters, gelaatsmaskers, handschoenen, maatbekers en jerrycans aangeschaft. In de historische notities op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 9] werd een notitie aangetroffen met de tekst
“ [bedrijf 1] 400”. Deze notitie is van 4 oktober 2019. Op die datum werd door [bedrijf 2] voor een bedrag van € 385,35 aan goederen aangeschaft bij [bedrijf 1] .
“Bekende kannetjes maat hahahahahah”. Vervolgens vraagt hij aan [betrokkene]
“wat dat a”.[betrokkene] antwoordt met
“Hahahahab b”en vraagt medeverdachte [medeverdachte 4] op zijn beurt of het om
“smelt”gaat. Het is de rechtbank bekend dat in relatie tot drugs de term ‘a’, staat voor amfetamine-olie en de termen ‘b’ en ‘smelt’ voor BMK-olie.
‘ontruimen en opruimen van drugslabs’, besproken.
‘ze’om
“1800 bij de jumbo breukelen”aan de
“ [adres 7] ”kunnen zijn. Uit onderzoek van de politie is gebleken dat de medeverdachten een afspraak maakten over de Jumbo Supermarkt aan de [adres 7] . Die bevindt zich op ongeveer een kwartier afstand van de [adres 2] . Dat men daadwerkelijk noodzaak ziet om het lab in [locatie 1] leeg te ruimen, blijkt uit een chatbericht van medeverdachte [medeverdachte 2] aan een persoon met de gebruikersnaam ‘ [accountnaam 16] ’. Medeverdachte [medeverdachte 2] zegt in dat bericht:
“Ja plek moet snel scjoon die [naam 5] heeft tellie code gegeven aan poliyie die idioot”. Uit dit bericht concludeert de rechtbank dat medeverdachte [medeverdachte 2] op de hoogte was van het feit dat medeverdachte [medeverdachte 8] tijdens zijn verhoor op 19 maart 2020 de toegangscode van zijn telefoon aan de politie heeft gegeven.
“is gelukt?”en
“hebben ze alles weggehaald?”.Medeverdachte [medeverdachte 3] reageert daarop:
“Volgens mij wel” “ff vrage” “ja, alles op die blauwe kanne na zei die”.In een chatgesprek op 30 maart 2020 tussen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] vraagt medeverdachte [medeverdachte 1] of de chauffeur al bij medeverdachte [medeverdachte 3] is en zegt hij desgevraagd tegen medeverdachte [medeverdachte 3] dat er apaan moet worden gehaald en
“En de rest van de spullen ergens anders op slaan”.In een chatgesprek tussen medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , ook op 30 maart 2020, zegt medeverdachte [medeverdachte 2] tegen medeverdachte [medeverdachte 3] dat hij de jongens morgen moet laten klaar staan en dat zij zelf de Renault pakken om de belangrijkste dingen eruit te halen, zoals afzuiging en wat ze nog kunnen gebruiken. De jongens kunnen de bakwagen vullen met afval dat moet worden gedumpt. In het vervolg van het chatgesprek tussen medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 31 maart 2020 wordt gesproken over kannen en emmers die gedumpt moeten worden. Medeverdachte [medeverdachte 3] vraagt vervolgens wat
“ze”, de rechtbank begrijpt dat daarmee de jongens die klaar moesten staan bedoeld worden, kunnen krijgen. Medeverdachte [medeverdachte 2] vraagt wat ze de vorige keer kregen. Als medeverdachte [medeverdachte 3] laat weten dat er voor dumpen 1500 werd betaald, zegt medeverdachte [medeverdachte 2]
“is goed”.
Identificatie van de gebruikers van de EncroChat-accounts’,allen gebruik van EncroChat.
“en aan stukken”.
“fps”, de rechtbank begrijpt ‘GPS’, zitten. Ook werden door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gesprekken gevoerd over het gebruik van jammers. In een chatgesprek van 3 april 2020, tussen hen beide, zegt medeverdachte [medeverdachte 2] tegen medeverdachte [medeverdachte 3] :
“Laat die jongen met zn eigen bus rijden” “Want als die jammer hem f een seconde niet pakt en ze ruiken die geur bellen ze gelijk politie”.Medeverdachte [medeverdachte 3] reageert daarop door te zeggen:
“Ja morgen zeker broer maar ga wel met die bakwage broer” “Of ik huur ff die bakwagen en moet nog busje fixen om over te kaaie”. Medeverdachte [medeverdachte 2] laat medeverdachte [medeverdachte 3] vervolgens weten dat hij met de gehuurde bakwagen kan dumpen, maar dat laden te gevaarlijk is, omdat hij die jammer niet voor 100% vertrouwt.
“die andere advocaat”. Medeverdachte [medeverdachte 1] zegt vervolgens tegen verdachte dat dat niet hoeft en dat hij al een andere advocaat heeft geregeld. In een chatgesprek daarop volgend, eveneens op 27 maart 2020, dat gaat over het afvoeren van de bus van medeverdachte [medeverdachte 8] , zegt medeverdachte [medeverdachte 1] tegen verdachte
“mij advocaad” “is nu met hem”.
‘draaien’. ‘ [accountnaam 17] ’ zegt vervolgens tegen verdachte
“Ik heb alles liters die meegenomen heb afgegeven op 20 liter na de laatste keer van die 500” en “We hebben daar 3 uur zitten rekenen en komen allebei op zelfde uit dus wat moet ik zeggen? We hebben er zelf puinhoop van gemaakt [naam 3] [naam 4] [alias 3] jij ik [naam 5] hebben allemaal liters gehad ervan”.
“van die broer van die [naam 5] ”.Als antwoord krijgt verdachte dan:
“maat mag niet”. Daaruit blijkt volgens de raadsman dat verdachte niet bij de organisatie hoort en dat hij de verklaring dus niet mag lezen. De raadsman heeft verder nog gewezen op de inhoud van het EncroChat-gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte van 30 maart 2020, waarin medeverdachte [medeverdachte 1] vraagt of verdachte met hem wil samenwerken. Dat impliceert dat verdachte op dat moment dus niet met medeverdachte [medeverdachte 1] samenwerkte.
- het vervaardigen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerkenen/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebbenvan(een)middel(en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs, te weten amfetamineen/of MDMA) en/of
- misdrijven als bedoeld in artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet, te weten het plegen van voorbereidingshandelingen zoals bedoeld in laatstgenoemd artikel.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 vierde Pro lid en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 vierde Pro lid en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet;
gevangenisstrafvoor de duur van
46 (zesenveertig) maanden;