Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij B 1],
2.
[partij B 2],
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 25 januari 2023,
- de brief van 26 januari 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Overijssel
De curator trad op in het faillissement van een onderneming waarvan de gedaagde partijen bestuurders waren. Hij vorderde betaling van een bedrag van € 68.890,29, bestaande uit een rekening-courantvordering en een kasgeldvordering, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. De bestuurders stelden een verrekenbare tegenvordering te hebben en vorderden opheffing van het conservatoir beslag.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurders onvoldoende gemotiveerd hadden betwist dat zij een schuld hadden uit hoofde van de rekening-courant en dat de kasgelden kennelijk onrechtmatig waren onttrokken, wat een ernstig verwijt opleverde. De vordering uit rekening-courant werd toegewezen voor € 57.720,05, waarbij de bestuurders ieder voor de helft aansprakelijk werden gesteld. De kasgeldvordering van € 11.170,24 werd hoofdelijk toegewezen wegens onrechtmatige onttrekking.
De reconventionele vorderingen van de bestuurders werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De bestuurders werden veroordeeld tot betaling van incassokosten, beslagkosten en proceskosten, met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de bestuurders hoofdelijk tot betaling van de vorderingen van de curator en wijst de reconventionele vorderingen af.