De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van Stichting Leefbaar Buitengebied tegen het besluit van gedeputeerde staten van Overijssel om een Wnb-vergunning te verlenen voor het wijzigen en in werking hebben van een pluimveehouderij. De vergunning betrof het houden van 15.000 legkippen in een emissiearm stalsysteem en andere dieren op een locatie nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Eiseres voerde aan dat de stikstofdepositie onjuist was berekend, met name vanwege twijfel aan de emissiefactoren van het gebruikte stalsysteem (Rav-code E 2.11.2.1). Zij verwees naar rapporten van Wageningen University & Research, het CBS en de Commissie Deskundigen Meststoffenwet die de juistheid van deze emissiefactoren betwijfelen. De rechtbank oordeelde dat deze twijfel gegrond is en dat daardoor niet met de vereiste zekerheid kan worden vastgesteld dat de wijziging niet leidt tot meer stikstofdepositie en significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat de natuurvergunning van 2014 als referentiesituatie geldt en dat de AERIUS-berekening voldoende was. Ook het beroep op een recent arrest van het Europese Hof van Justitie werd niet gevolgd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op opnieuw te beslissen, waarbij rekening moet worden gehouden met de onzekerheid over emissiefactoren en de mogelijke emissie door beweiding.
Proceskosten werden niet toegewezen, maar het griffierecht werd aan eiseres vergoed. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.