ECLI:NL:RBOVE:2024:1768
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsingsmaatstaf bij nieuwe aanvraag persoonsgebonden budget na eerdere intrekking
Eiseres, volledig ADL-afhankelijk en onder bewind gesteld, had sinds 2016 een pgb toegekend gekregen voor zorg bij Maria Service. Na onderzoek bleek dat de zorgaanbieder geen juiste administratie voerde en dat de bewindvoerder tevens vennoot was van deze zorginstelling, wat leidde tot intrekking van het pgb over 2022. Eiseres stelde bezwaar en beroep in, maar de rechtbank verklaarde de intrekking eerder al gegrond.
Eiseres diende vervolgens een nieuwe aanvraag pgb in, die door het zorgkantoor werd afgewezen op grond van artikel 3.3.3, lid 5, Wlz, dat weigering voorschrijft indien eerdere verplichtingen niet zijn nagekomen. De rechtbank oordeelde dat het zorgkantoor de hoorplicht had geschonden door de argumenten van eiseres niet inhoudelijk te beoordelen in bezwaar, maar passeerde dit gebrek wegens geen nadeel voor eiseres.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende concrete feiten aanvoerde die het eerdere intrekkingsbesluit zouden weerleggen. Ook het argument dat de ‘dubbelrol’ van de bewindvoerder niet alleen reden was voor intrekking, werd bevestigd. Gezien het dwingendrechtelijke karakter van de wet is geen ruimte voor belangenafweging. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het zorgkantoor wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de nieuwe pgb-aanvraag, maar veroordeelt het zorgkantoor tot betaling van proceskosten.