Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7631919 / 19/2969)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert Woonbedrijf ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning, omdat de huurder zonder toestemming een logeerkamer zou hebben laten gebruiken als seksinrichting. De feiten betreffen een kortdurend verblijf van twee dames die de kamer gebruikten voor prostitutiewerkzaamheden.
Het hof stelt vast dat de huurder dit gebruik niet tegen betaling heeft toegestaan en niet op de hoogte was van de prostitutieactiviteiten. Het bewijs van Woonbedrijf dat de huurder hiervoor verantwoordelijk was, is onvoldoende. Ook is geen sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
Daarnaast weegt het hof mee dat de situatie van korte duur was, zonder overlast voor de omgeving, en dat de huurder al bijna twintig jaar zijn verplichtingen nakomt. Gezien de kwetsbare positie van de huurder en de grote gevolgen van ontbinding, is ontbinding niet gerechtvaardigd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Woonbedrijf in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de ontbindingsvordering van Woonbedrijf af.