Een voormalige politieagent die PTSS heeft opgelopen als gevolg van diverse traumatische incidenten tijdens zijn dienst bij de politie, stelde de korpschef aansprakelijk voor restschade. De korpschef wees de aansprakelijkheid af met het argument dat sommige incidenten verjaard waren of geen causaal verband hadden met de PTSS, en dat ten aanzien van de vuurwerkramp voldoende zorg was verleend.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De vaststelling van het causaal verband was onbegrijpelijk, verjaring was niet van toepassing op alle incidenten en de korpschef had alle incidenten moeten betrekken bij zijn beoordeling. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat de zorgplicht adequaat was nagekomen, vooral met betrekking tot de nazorg na de vuurwerkramp.
De rechtbank stelde vast dat de PTSS het gevolg was van het geheel van traumatische gebeurtenissen en dat de korpschef onvoldoende had aangetoond dat hij zijn zorgplicht had vervuld. Het bestreden besluit werd vernietigd en de korpschef werd opgedragen binnen 16 weken opnieuw op het bezwaar te beslissen. Daarnaast werd de korpschef veroordeeld in de proceskosten van de eiser.