De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 15 april 2024 van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om de namen van taxateurs in twee verstrekte taxatierapporten niet openbaar te maken. In een eerdere tussenuitspraak van 6 mei 2025 oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom deze namen niet openbaar gemaakt moesten worden en gaf de minister de gelegenheid dit te herstellen.
De minister besloot vervolgens om de naam van één taxateur alsnog openbaar te maken en stuurde de opnieuw beoordeelde documenten mee. Eiser reageerde niet op deze herstelpoging. De rechtbank stelde vast dat het geconstateerde gebrek hiermee was hersteld en verklaarde het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond en vernietigde dat besluit voor zover het de weigering tot openbaarmaking van de namen betrof. Daarnaast veroordeelde de rechtbank de minister tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.W.M. Bunt en griffier B.A.G. Bulte op 2 september 2025. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.