ECLI:NL:RBOVE:2025:5454
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering handhaving milieuvergunning grindwasser
Eiser verzocht het college om handhavend op te treden tegen de bedrijfsactiviteiten van bedrijf 1, omdat deze zonder milieuvergunning zouden plaatsvinden. Het college wees dit verzoek af, stellende dat de productiecapaciteit van de grindwasser maximaal 100.000 ton per jaar bedraagt, waardoor geen vergunningplichtige inrichting aanwezig is.
De rechtbank bevestigt dat de Wabo, zoals die gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing is. Uit de overgelegde bedrijfsgegevens en rapporten van de Omgevingsdienst blijkt dat de productiecapaciteit niet hoger is dan de drempelwaarde van 100.000 ton per jaar. Eiser heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat deze capaciteit structureel wordt overschreden.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht niet bevoegd is om handhavend op te treden wegens het ontbreken van een milieuvergunning. Ook is geen overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM Pro vastgesteld, zodat het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het handhavingsverzoek blijft afgewezen en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De rechtbank laat nadere stukken van eiser deels toe, maar wijst nieuwe beroepsgronden af wegens strijd met de goede procesorde.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot handhaving wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.