ECLI:NL:RBOVE:2026:1152
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens onvoldoende bewijs van ontvangst aanvraag inzage persoonsgegevens
Eiser stelde het college van burgemeester en wethouders van Losser in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens. Het college wees de ingebrekestelling af omdat het geen aanvraag had ontvangen. Eiser voerde aan dat hij de aanvraag per e-mail had verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken met een ontvangstbevestiging of andere bewijsstukken.
De rechtbank oordeelde dat het risico van niet-ontvangst van een elektronisch bericht bij de verzender ligt en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat het verzoek het systeem van het college had bereikt. Het college toonde aan dat alleen de ingebrekestelling was ontvangen, niet het verzoek zelf. Eiser overhandigde het originele verzoek pas ter zitting, wat in strijd was met de goede procesorde en niet werd toegelaten.
Verder was het college niet verplicht eiser te horen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Omdat geen aanvraag was ingediend, was er geen beslistermijn en kon het college niet in gebreke worden gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een aanvraag bij het college heeft ingediend.