ECLI:NL:RBOVE:2026:198
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitspraken over niet tijdig beslissen door UWV en de gevolgen voor beslistermijnen
De meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel heeft op 19 januari 2026 uitspraak gedaan in een zaak over het niet tijdig beslissen door het UWV. Eiseres, Sportbedrijf Deventer, had een herbeoordeling van de uitkering van een (ex-) werknemer aangevraagd, maar het UWV had niet tijdig beslist. De rechtbank oordeelde dat het UWV een langere termijn moet krijgen om te beslissen, gezien het structurele tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank maakte een onderscheid tussen beroepen van werknemers, die betrekking hebben op inkomenszekerheid, en die van werkgevers, die meer gericht zijn op lastenverlaging. Voor werknemers geldt een beslistermijn van drie maanden, terwijl werkgevers vier maanden krijgen. De rechtbank oordeelde dat het UWV in dit geval een dwangsom van €100 per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor het UWV om adequaat te reageren op aanvragen, terwijl ook de capaciteitsproblemen worden erkend. De rechtbank heeft het beroep van eiseres gegrond verklaard en het UWV opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen.