ECLI:NL:RBOVE:2026:198
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Overijssel bevestigt verlengde beslistermijnen UWV bij tekort verzekeringsartsen
De rechtbank Overijssel behandelde op 19 januari 2026 een beroep van Sportbedrijf Deventer tegen het UWV wegens niet tijdig beslissen op een herbeoordelingsverzoek van een uitkering van een (ex-) werknemer. De rechtbank bevestigde de lijn uit eerdere uitspraken van 8 oktober 2024 en 2 januari 2025, waarin werd vastgesteld dat het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV een bijzonder geval vormt dat rechtvaardigt af te wijken van de standaard beslistermijn van twee weken.
De rechtbank maakte een onderscheid tussen beroepen van werknemers, die hun inkomenszekerheid betreffen, en werkgevers, die een lastenverlaging nastreven. Voor werknemers geldt een beslistermijn van drie maanden, voor werkgevers vier maanden, gerekend vanaf de datum van de uitspraak. In deze zaak kreeg het UWV een termijn van vier weken om alsnog te beslissen, omdat een medisch onderzoek gepland stond en daarna mogelijk nog aanvullende onderzoeken nodig zijn.
Het UWV legde uit dat het tekort aan verzekeringsartsen onverminderd voortduurt, mede door het vertrek van ZZP-artsen en het stopzetten van overwerkmogelijkheden. Dit leidt tot aanzienlijke achterstanden en hoge dwangsommen. De rechtbank oordeelde dat het UWV niet te verwijten valt dat het tekort niet is opgelost, maar dat er wel een prikkel moet blijven om de problematiek aan te pakken.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en legde het UWV een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van de termijn. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming en de noodzaak van redelijke termijnen in het licht van capaciteitsproblemen bij het UWV.
Uitkomst: Het UWV moet binnen vier weken een besluit nemen en betaalt een dwangsom bij overschrijding, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.