ECLI:NL:RBOVE:2026:211
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor gebruik pand als woonruimte en kantoor in havengebied
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde aan eiser een last onder dwangsom op om het gebruik van een pand als woonruimte en kantoor te staken, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan voor het havengebied waar alleen zware industrie is toegestaan.
Eiser voerde aan dat hij gebruik kon maken van het overgangsrecht omdat het pand al lang als woning werd gebruikt. De rechtbank oordeelde dat eiser dit onvoldoende had onderbouwd, mede omdat er geen bewijs was van ononderbroken bewoning tussen 2008 en 2015. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel faalde.
De rechtbank stelde vast dat handhaving niet onevenredig is, omdat er geen concreet zicht is op legalisatie en persoonlijke omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn. De hoogte van de dwangsom werd als proportioneel beoordeeld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.