ECLI:NL:RBOVE:2026:2606
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van blijvende korting WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden
Eiser ontving een WW-uitkering en werkte daarnaast als zelfstandige. Het UWV verlaagde zijn uitkering blijvend vanaf augustus 2025 omdat hij toen 36 uur als zelfstandige werkte. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het UWV hem onvoldoende had geïnformeerd en dat de korting disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de WW correct had toegepast conform artikel 8 van Pro de WW, waarbij het werknemerschap definitief verloren gaat bij zelfstandige werkzaamheden, tenzij deze geheel worden beëindigd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen waren gedaan die een ander vertrouwen rechtvaardigden. Ook het evenredigheidsbeginsel kon niet worden toegepast vanwege het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van het UWV en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter Hesseling en griffier Veldman op 18 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de blijvende korting op zijn WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden wordt ongegrond verklaard.