Eiseres, werkzaam als boekhoudkundig medewerker, werd door het UWV op grond van de WIA gedeeltelijk arbeidsgeschikt verklaard met een arbeidsongeschiktheid van 37,68% per 19 december 2024. Eiseres betwistte deze vaststelling vanwege haar ernstige klachten door ME/CVS bij long covid en de ziekte van Lyme, waaronder cognitieve problemen en vermoeidheid, en stelde dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft.
De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige rapporten beoordeeld, waaronder die van de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De medische grondslag is als juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld, waarbij de verzekeringsarts rekening hield met de beperkingen, maar oordeelde dat eiseres wel degelijk in staat is om bepaalde functies te vervullen. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres geschikt is voor diverse functies, waarbij ook het opleidingsniveau van eiseres werd vastgesteld op niveau 6.
De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en zag geen noodzaak tot benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.