ECLI:NL:RBOVE:2026:3934
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Thurlings - Rassa
- Rechtspraak.nl
Werkgever blijft loondoorbetalingsverplichting houden na werkhervatting taxichauffeur
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een geschil tussen een werkgever en het UWV over de loondoorbetalingsverplichting na ziekte van een werknemer die als (allround) taxichauffeur werkte. De werknemer was na een periode van arbeidsongeschiktheid weer aan het werk gegaan in aangepast eigen werk, maar viel opnieuw uit door dezelfde klachten. Het UWV kende een loongerelateerde WIA-uitkering toe zonder wachttijd, omdat de werknemer binnen vijf jaar door dezelfde oorzaak arbeidsongeschikt werd.
De werkgever stelde dat geen nieuwe loondoorbetalingsverplichting bestond, omdat er geen sprake was van hervatting in eigen werk of nieuw bedongen arbeid. De rechtbank beoordeelde de arbeidsovereenkomst en de feitelijke werkzaamheden van de werknemer aan de hand van de Haviltex-maatstaf en concludeerde dat de werknemer zijn bedongen arbeid had hervat. De functieomschrijving was breed en omvatte ook het rijden in automaten en regiotaxi zonder rolstoelvervoer.
De rechtbank verwierp het standpunt van de werkgever dat de aanpassingen in werktijden en werkzaamheden wezen op passend werk in plaats van bedongen arbeid. Ook de arbeidsomvang van 36 uur per week was niet gewijzigd door de feitelijke overuren. De loondoorbetalingsverplichting bestond derhalve opnieuw vanaf 22 november 2021. Het beroep van de werkgever werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de werkgever ongegrond en bevestigt de loondoorbetalingsverplichting vanaf 22 november 2021.