Conclusie
1.Feiten
[eiser]) is op 23 juli 2007 (in eerste instantie voor bepaalde tijd) in dienst getreden bij [verweerster] B.V. (hierna:
[verweerster]) in de functie van Field Service Engineer Telecom, tegen een salaris van € 2.100,- bruto per maand op basis van 40 uur per week. In de arbeidsovereenkomst staat dat het Personeelshandboek van [verweerster] (hierna:
het Personeelshandboek) deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst.
twaalf maal het bruto maandsalaris plus vakantietoeslag, plus een eventuele vaste eindejaarsbetaling”. In de daaropvolgende versie uit 2011 [3] is ‘bruto jaarinkomen’ omschreven als: “
twaalf maal het bruto maandsalaris plus vakantietoeslag plus overige overeengekomen bruto salariscomponenten”. Het ‘maandsalaris’ wordt in beide versies gedefinieerd als “
het tussen Werkgever en Medewerker overeengekomen bruto maandsalaris (exclusief vakantiegeld)”.
het laatstgenoten bruto jaarinkomen” bij volledige arbeidsongeschiktheid voor zover dat jaarinkomen de maximum WIA-uitkeringsgrondslag [6] niet overstijgt, een en ander conform de bepalingen in de verzekeringspolis. De premie wordt door [verweerster] en de werknemer betaald; ieder voor de helft. De werknemer die deze verzekering niet wenst dient een afstandsverklaring te ondertekenen, zo niet dan wordt aanmelding voor de verzekering verondersteld.
Zilveren Kruis). Blijkens de salarisspecificatie van januari 2009 werd op het salaris van [eiser] premie voor de WIA-hiaatverzekering ingehouden.
2.Procesverloop
het hof). [verweerster] is in voorwaardelijk incidenteel appel tegen het onder (i) genoemde oordeel opgekomen.
3.Bespreking van het principale cassatieberoep
onderdeel 1wordt betoogd dat op de uitleg van bepalingen van een geïncorporeerd personeelshandboek de (geobjectiveerde) Haviltex-norm van toepassing is. Het hof zou dat hebben miskend door (uitsluitend) de CAO-norm toe te passen.
Onderdeel 2betoogt dat, binnen de Haviltex-maatstaf, in individuele arbeidsrechtelijke uitleggeschillen belang toekomt aan de
contra proferentem-regel
.Onderdeel 3heeft betrekking op de betekenis van de algemene voorwaarden van Zilveren Kruis.
Onderdeel 4klaagt over de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof omtrent de omvang van het geschil.
rov. 3.6. Daar overweegt het hof het volgende:
DSM/FOX. [14] Zo kan ook bij toepassing van de Haviltex-norm een meer of minder objectieve uitleg aan de orde zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval, terwijl voor toepassing van de CAO-norm de omstandigheden van het geval in het licht van de redelijkheid en billijkheid bepalend zijn en niet uitsluitend de letterlijke tekst van de betrokken bepaling of overeenkomst. Uit
DSM/Foxvolgt verder dat meer aanleiding bestaat voor een ‘geobjectiveerde Haviltex’ naarmate een overeenkomst naar haar aard beoogt de rechtspositie van (een groter aantal) derden op een uniforme wijze te regelen. [15]
[…]/Amsterdam. [16] Daarin wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de uitleg van een rechtsverhouding met het oog op de kwalificatie daarvan (waar het in die zaak om ging) en de daaraan voorafgaande vraag welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen (waar het in deze zaak om gaat). Die tweede vraag moet worden beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf. [17] Het hof heeft die maatstaf in deze zaak toegepast waar het de rechtsverhouding tussen partijen heeft beoordeeld, zoals blijkt uit de rov. 3.4, 3.5 en 3.7.
rov. 3.4overweegt het hof dat hetgeen partijen ter zake van de af te sluiten arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn overeengekomen aan de hand van de daarvoor geldende
“(Haviltex)-maatstaven” dient te worden uitgelegd.
rov. 3.5gaat het hof in op de bedoelingen en de verwachtingen van partijen, zoals die behalve uit de tekst van de overeenkomst ook kunnen worden afgeleid uit de feitelijke gang van zaken. Het hof overweegt:
rov. 3.7heeft het hof ten aanzien van de vraag welk bruto-jaarsalaris (met of zonder vergoeding voor overuren) de grondslag vormt voor de hoogte van de aanvullende verzekeringsuitkering op grond van de WIA-hiaatverzekering uitdrukkelijk in zijn overwegingen betrokken de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de arbeidsovereenkomst. Het hof overweegt dat [verweerster] nooit overuren heeft uitbetaald tijdens ziekte en verlof en dat [verweerster] tijdens de eerste twee ziektejaren van [eiser] diens basissalaris 100% heeft doorbetaald zonder een vergoeding van overuren, [18] dat [eiser] daartegen geen bezwaar heeft gemaakt of daarover vragen heeft gesteld en het voor de hand lag dat [eiser] hiertegen bezwaar zou maken of hierover vragen zou stellen indien hij meende dat ook de vergoeding voor overuren tot het in aanmerking te nemen bruto maandsalaris behoorde.
rov. 3.8, eerste zin, tot het volgende oordeel:
rov. 3.6dat de tekst van het Personeelshandboek volgens de CAO-norm dient te worden uitgelegd. Het hof heeft bij de uitleg van de rechtsverhouding tussen partijen tevens acht geslagen op de subjectieve context, zoals met name volgt uit de
rov. 3.5 en 3.7.
op zichzelf genomenwordt uitgelegd aan de hand van de CAO-norm acht ik juist, omdat van een dergelijk handboek een uniformerende werking uitgaat (net als op grotere schaal van een CAO) en omdat een handboek geen voorwerp van individuele onderhandelingen tussen werkgever en de individuele werknemers kan zijn. Een bepaling uit een personeelshandboek leent zich daarom op zichzelf ook niet voor ‘haviltexen’.
rov. 3.5 t/m 3.8over de uitleg van de arbeidsovereenkomst en het daarin geïncorporeerde Personeelshandboek. Het middel voert aan dat het hof heeft nagelaten enige kenbare aandacht te besteden aan het beroep van [eiser] op de
contra proferentem-regel. Het middel wijst er verder op dat partijen over de inhoud van het in de arbeidsovereenkomst geïncorporeerde Personeelshandboek niet hebben onderhandeld en dergelijke overeenkomsten in geval van twijfel behoren te worden uitgelegd in het nadeel van degene die de tekst van de overeenkomst heeft opgesteld, de zogenoemde uitleg
contra proferentem.
contra proferentemeen rechtsregel betreft die
moetworden toegepast, gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het gaat hierbij niet om een regel, maar om een gezichtspunt. [21] Gezichtspunten zijn geen harde regels maar wegingsfactoren die samen met de andere gezichtspunten en omstandigheden van het geval een rol spelen bij de uitleg van een rechtshandeling. [22] Een van die omstandigheden kan zijn dat de partij die een beding formuleert, het risico van onduidelijkheden in de bewoordingen dient te dragen.
contra proferentem-regel heeft alleen een wettelijke grondslag voor algemene voorwaarden bij consumenten (art. 6:238 lid 2 BW Pro). Die bepaling is op grond van art. 6:245 BW Pro niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten omdat het arbeidsovereenkomstenrecht al veel dwingend recht bevat. De
regelwaarop het onderdeel zich beroept is naar geldend recht daarom niet van toepassing op de hier voorliggende rechtsverhouding.
contra proferentem-uitleg niet als relevant gezichtspunt in zijn overweging heeft betrokken, geldt het volgende. Het hof heeft de rechtsverhouding tussen partijen aan de hand van de ‘Haviltex-maatstaven’ uitgelegd. Het hof heeft in
rov. 3.7de gedragingen van partijen na de totstandkoming van de overeenkomst als relevante omstandigheden meegewogen. Het hof heeft hiermee aangegeven wat de subjectieve verwachtingen en bedoelingen van partijen waren omtrent het te verzekeren salaris conform de arbeidsovereenkomst waarin het Personeelshandboek is geïncorporeerd. Er was geen ruimte voor het hof om op de rechtsverhouding tussen partijen een uitleg
contra proferentemtoe te passen. Het hof hoefde dit ook niet nader te motiveren.
rov. 3.8, waarin het hof, voor zover in cassatie relevant, het volgende overweegt (in navolging van het middel voeg ik de romeinse cijfers (i) en (ii) toe):
een en ander conform de bepalingen in de verzekeringspolis”. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien hoe de Algemene Voorwaarden van Zilveren Kruis de arbeidsrechtelijke verhouding tussen partijen niet zouden regarderen nu [verweerster] in haar eigen Personeelshandboek – waarvan zij de toepassing met [eiser] heeft afgesproken – juist uitdrukkelijk heeft bedongen dat tussen partijen een verzekeringsafspraak wordt gemaakt conform de voorwaarden die de verzekeraar hanteert. Een nadere motivering was eens te meer vereist nu de kantonrechter daarover anders heeft geoordeeld.
destijds niet bekend was” met die bepalingen, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt omdat daarmee wordt miskend dat het bij de uitleg van een contractuele afspraak op grond van de Haviltex-norm steeds gaat om een weging van alle omstandigheden van het geval, gewogen naar redelijkheid en billijkheid, zodat het feit dat een partij ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet bekend was met een bepaald feit, niet betekent dat dat feit voor de beoordeling welke uitleg de juiste is, geen betekenis heeft. Indien het hof dat niet heeft miskend, is zijn oordeel onbegrijpelijk, nu zonder nadere toelichting niet inzichtelijk is waarom het feit dat de Algemene Voorwaarden van de verzekeraar ten tijde van de toezegging door [verweerster] niet aan [eiser] bekend waren, zou meebrengen dat die Algemene Voorwaarden geen licht kunnen werpen op de inhoud van die toezegging.
vastecomponent van het loon zijn, zagen we hiervoor al. Het is dan irrelevant of het feit dat in ten minste twee jaren (2008 en 2009) veel is overgewerkt mee moet brengen dat overwerkvergoedingen een
structurelecomponent van het loon vormen. Overigens heeft [verweerster] het structurele karakter van het overwerken betwist. Zij heeft in de pleitaantekeningen in hoger beroep daarover het volgende opgemerkt:
rov. 3.4. Daar overweegt het hof het volgende: