ECLI:NL:RBROT:2006:AU9779
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kruisdijk
- J.M. Hamaker
- L.J.J. Rogier
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid DNB tot lastoplegging en beperkingen bij ontbinding kredietovereenkomsten
Eiseres, een stichting met evangelische doelstellingen, trok gelden aan van voornamelijk leden van Berea gemeenten en leende deze uit aan een andere stichting, HOAF. DNB legde haar een last onder dwangsom op wegens overtreding van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992), met onder meer de verplichting om binnen acht weken de aangetrokken gelden terug te betalen.
Eiseres voerde onder meer aan dat de gelden binnen een besloten kring waren aangetrokken en dat de last tot ontbinding van overeenkomsten onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat de Wtk 1992 onverkort van toepassing is, ook op geloofsgemeenschappen, en dat de gelden buiten een besloten kring waren aangetrokken. De lastoplegging was daarom gegrond.
De rechtbank stelde echter vast dat DNB niet bevoegd is om privaatrechtelijke overeenkomsten eenzijdig te ontbinden, omdat dit de tweezijdigheid van de overeenkomsten doorkruist en civielrechtelijke middelen beschikbaar zijn. De last tot terugbetaling binnen acht weken werd daarom vernietigd en het beroep van eiseres gegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde DNB tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak bevestigt de reikwijdte van de handhavingsbevoegdheden van DNB en benadrukt de scheiding tussen bestuursrechtelijke handhaving en privaatrechtelijke contractuele verhoudingen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het tweede lastonderdeel van het besluit wordt vernietigd.