ECLI:NL:RBROT:2006:AV1212
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kruisdijk
- P. van Zwieten
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Doorhaling registratie cliëntenremisier wegens negatief betrouwbaarheidsoordeel na overtreding kredietwet
Eisers eenmanszaak werd per 30 december 2003 geregistreerd als cliëntenremisier. De Nederlandsche Bank (DNB) meldde dat BFD Investment B.V., waarvan eiser beleidsbepaler is, de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992) overtrad door krediet aan te trekken zonder vergunning, wat leidde tot een noodregeling. Tevens werd vastgesteld dat eiser een sepot wegens verduistering niet had gemeld op het meldingsformulier nieuwe cliëntenremisiers.
Verweerster, belast met toezicht, besloot de registratie van eiser door te halen op grond van artikel 21, vijfde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, vanwege een negatief betrouwbaarheidsoordeel. Eisers bezwaar en beroep werden ongegrond verklaard door de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelde dat de overtredingen van de Wtk 1992 door BFD aan eiser als beleidsbepaler kunnen worden toegerekend en dat het niet melden van het sepot een aanvullend antecedent vormt. De belangen van beleggers wegen zwaarder dan die van eiser. De rechtbank vond dat verweerster binnen haar beoordelingsruimte is gebleven en dat eiser voldoende gelegenheid had om te reageren op de nieuw in aanmerking genomen feiten.
De rechtbank concludeert dat het besluit tot doorhaling rechtmatig is genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de doorhaling van de registratie als cliëntenremisier wordt ongegrond verklaard.