ECLI:NL:RBROT:2007:BB7093
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kruisdijk
- D.C.J. Peeck
- J.A.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete van €10.000 voor feitelijk leidinggeven aan overtreding Wet toezicht kredietwezen 1992
De zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) aan eiser, de feitelijk leidinggevende van BFD Investment B.V., wegens het zonder vergunning uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling in strijd met artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992).
BFD Investment had vanaf december 2002 meerdere overeenkomsten gesloten waarbij opvorderbare gelden werden aangetrokken en leningen verstrekt zonder vergunning of vrijstelling. DNB stelde vast dat dit een overtreding was en legde een boete op van €87.125, welke later werd gematigd tot €10.000. Eiser voerde aan dat hij binnen een besloten kring handelde en dat DNB onvoldoende adequaat had gehandeld, waardoor de boete onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat BFD Investment niet viel onder de vrijstelling, omdat de kring onvoldoende nauwkeurig was omschreven en ook niet uitsluitend professionele marktpartijen betrokken waren. De overtreding kon eiser als feitelijk leidinggevende worden toegerekend. De boete was passend gezien de ernst van de overtreding en de matiging naar €10.000 was voldoende.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van DNB om boetes op te leggen bij overtreding van de Wtk 1992 en benadrukt de verantwoordelijkheid van leidinggevenden om te voldoen aan financiële toezichtswetgeving.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €10.000 wegens overtreding van artikel 6 Wtk 1992 wordt ongegrond verklaard en de boete wordt gehandhaafd.