ECLI:NL:RBROT:2006:AX5580
Rechtbank Rotterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij trage besluitvorming bijstand
Eiser diende op 16 januari 2003 een aanvraag in voor een aanvullende bijstandsuitkering en woonkostentoeslag bij de gemeente Rotterdam. De gemeente besloot pas op 26 juni 2003, ruim na de wettelijke beslistermijn, waardoor eiser materiële en immateriële schade stelde te hebben geleden. Verweerder kende slechts wettelijke rente toe en weigerde overige schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente niet tijdig had beslist en dat dit onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat de materiële schadevergoeding terecht beperkt was tot de wettelijke rente, conform vaste jurisprudentie. Voor immateriële schade overwoog de rechtbank dat de lange duur van de procedure een schending van artikel 6 EVRM Pro vormde, waardoor eiser recht had op een schadevergoeding.
Gezien de omstandigheden en jurisprudentie stelde de rechtbank de immateriële schadevergoeding vast op €1.500. Het bestreden besluit werd vernietigd, de rechtsgevolgen bleven in stand en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Rotterdam tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.