ECLI:NL:CRVB:2006:AV7780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening bijstandsuitkering en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant ontving sinds 1996 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Het recht op bijstand werd per 1 april 2001 beëindigd wegens werkaanvaarding. Gedaagde herzag het recht op bijstand over de periode 20 juni tot en met 16 juli 2000 en vorderde terugbetaling van te veel ontvangen bijstand, omdat appellant niet volledig en niet volgens voorschrift zijn inkomsten had gemeld. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond maar oordeelde dat de beslissing te laat was genomen, waardoor een schending van artikel 6 EVRM Pro was opgetreden en kende een schadevergoeding toe van € 200.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat de herziening en terugvordering terecht zijn. De Raad oordeelt dat de bruto kosten van bijstand inclusief loonbelasting en premies moeten worden teruggevorderd. De verrekening met vakantiegeld was rechtmatig. De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de schadevergoeding vaststelde op € 200 en verhoogt deze naar € 750 wegens de onaanvaardbaar lange duur van de procedure van ruim 4 jaar.
De Raad wijst erop dat noch de zaak complex was, noch appellant de procedure onnodig vertraagde. De lange termijn heeft geleid tot spanning en frustratie bij appellant. De overige grieven, waaronder tegen het boetebesluit, worden verworpen omdat deze niet aan de orde zijn. De gemeente Groningen wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de gemeente Groningen tot betaling van € 750 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand.