ECLI:NL:RBROT:2007:BA0570
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingen prudentieel toezicht 2005 opgelegd aan effecteninstellingen
Eiseressen, vier effecteninstellingen, maakten bezwaar tegen de door De Nederlandsche Bank opgelegde heffingen voor prudentieel toezicht over 2005. Zij voerden aan dat de Regeling bekostiging financieel toezicht en de Vaststellingsregeling 2005 onverbindend zijn, dat de begroting onzorgvuldig is vastgesteld en dat de heffingen disproportioneel en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel zijn.
De rechtbank oordeelt dat de Minister en De Nederlandsche Bank binnen hun wettelijke bevoegdheid hebben gehandeld bij het vaststellen en toepassen van de heffingssystematiek. Het begrip kosten wordt ruim uitgelegd, inclusief voorbereidingskosten, en er hoeft geen direct verband te bestaan tussen individuele kosten en heffingen. De gekozen maatstaf, het aantal effectencliënten, is na overleg met brancheorganisaties vastgesteld en niet onredelijk.
Hoewel de heffingen in 2005 hoger uitvielen dan in 2004, is dit verklaarbaar door een negatief saldotekort en het verdwijnen van een grote effecteninstelling. De rechtbank ziet geen sprake van onevenredige benadeling of onrechtmatigheid en wijst de beroepen af. Er is geen aanleiding voor nadeelcompensatie of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de heffingen voor prudentieel toezicht 2005 worden ongegrond verklaard.