ECLI:NL:RBROT:2008:BD5312
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet tijdige aanvraag uitkering Collectieve Garantieregeling na faillissement Van der Hoop Bankiers
Eiser diende een vordering in bij de curator van Van der Hoop Bankiers na het faillissement in december 2005 en wilde aanspraak maken op een uitkering uit hoofde van de Collectieve Garantieregeling (CGR). Hij stelde zijn aanvraag op 27 februari 2006 te hebben verzonden, maar DNB ontving deze pas op 17 augustus 2006. DNB verklaarde de aanvraag buiten behandeling wegens overschrijding van de vijfmaandentermijn.
Eiser voerde aan dat de termijn van vijf maanden strijdig was met Europese richtlijnen en dat hij de aanvraag tijdig had verzonden. Hij stelde dat DNB de aanvraag onjuist had behandeld en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was door fouten bij de postbezorging. DNB stelde dat eiser de bewijslast droeg voor tijdige indiening en dat hij niet had aangetekend verzonden.
De rechtbank oordeelde dat de vijfmaandentermijn niet in strijd is met Europese richtlijnen en dat DNB terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij tijdig had verzonden en had niet tijdig gecontroleerd of DNB de aanvraag had ontvangen. Van verschoonbare termijnoverschrijding was geen sprake. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van DNB is ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening van de aanvraag.