ECLI:NL:CBB:2008:BD1965
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing AFM aan Endex op grond van Wet toezicht effectenverkeer 1995
Endex European Derivatives Exchange N.V. stelde beroep in tegen een heffing van €60.000 opgelegd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) op grond van de Regeling bekostiging financieel toezicht 2005. De rechtbank Rotterdam had het beroep ongegrond verklaard, en Endex ging in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Endex voerde aan dat AFM beleidsvrijheid had om af te zien van de heffing vanwege onevenredigheid, willekeur, gewekt vertrouwen en rechtszekerheid. Ook stelde zij dat de Regeling en Vaststellingsregeling 2005 onverbindend waren wegens strijd met de Aanwijzingen voor de regelgeving en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het College oordeelde dat AFM gebonden is aan de Regeling en dat deze niet in strijd is met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen. Het profijtbeginsel rechtvaardigt doorberekening van toezichtskosten, en de indeling in vijf klassen is evenredig en niet willekeurig. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat AFM niet bevoegd is om toezeggingen te doen over tarieven die door de Minister worden vastgesteld.
Het College concludeerde dat de Regeling en Vaststellingsregeling 2005 niet onverbindend zijn en dat het beroep van Endex ongegrond is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Endex wordt ongegrond verklaard en de heffing van AFM wordt bevestigd.