ECLI:NL:RBROT:2010:BL3689
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inburgeringsplicht en examenverplichting onder nieuwe wetgeving
Eiseres volgde onder de Wet inburgering nieuwkomers (Win) een inburgeringsprogramma en ontving een certificaat zonder vermelding van behaalde resultaten. Verweerder stelde haar vervolgens onder de nieuwe Wet inburgering (Wi) inburgeringsplichtig en legde op dat zij voor 21 april 2014 het inburgeringsexamen moet behalen.
Eiseres betwistte deze verplichting en verwees naar het eerdere certificaat, stellende dat zij daarmee aan haar plicht had voldaan. De rechtbank oordeelde dat het certificaat enkel deelname aan het programma bevestigt en niet het vereiste niveau van kennis van de Nederlandse samenleving, zoals vereist onder de Wi.
De rechtbank volgde de rechtspraak dat de rechter niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen of belangenafwegingen van de wetgever, en bevestigde dat oudkomers onder de Win alsnog aan de strengere eisen van de Wi moeten voldoen.
Verweerder had het bezwaar van eiseres ten onrechte deels niet-ontvankelijk verklaard; dit deel van het besluit werd vernietigd. Het overige besluit, waaronder de inburgeringsplicht en examenverplichting, bleef in stand. De rechtbank wees tevens het griffierecht toe aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard, met gedeeltelijke vernietiging van het besluit en vergoeding van griffierecht.