ECLI:NL:RBROT:2010:BL8046
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit Tijdelijke Ouderenregeling wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eiser, een politieambtenaar, werd onder bijzondere omstandigheden herplaatst in dienst en kreeg bij besluit van 2 september 2002 mededeling dat hij gebruik kon maken van de Tijdelijke Ouderenregeling (TOR). Later werd dit besluit ingetrokken door verweerder, waarna eiser bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het intrekkingsbesluit onjuist was en strijdig met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat het besluit ruim drieënhalf jaar rechtskracht had en eiser zijn toekomstplannen, waaronder emigratie, op dit besluit had gebaseerd. De rechtbank stelt vast dat eiser te goeder trouw was en dat de onduidelijkheid over zijn rechtspositie mede door mededelingen van verweerder is veroorzaakt.
Verder constateert de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure van zestien maanden en 21 dagen, waarvoor verweerder aansprakelijk is. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.500,- schadevergoeding en proceskosten van € 966,-. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuwe beslissing nemen.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot schadevergoeding van € 1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.