ECLI:NL:RBROT:2011:BP9785
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag op zeeschip
Op 3 juni 1993 legden gedaagden conservatoir beslag op het schip 'Rosa Luxemburg' van eiseres Blasco wegens een vordering wegens ladingschade. Het beslag werd op 5 juni 1993 opgeheven tegen het stellen van een Clubgarantie door Blasco. Blasco vorderde schadevergoeding wegens het onrechtmatige beslag en de kosten van de garantie.
De rechtbank stelt vast dat de vordering tot schadevergoeding een verjaringstermijn van vijf jaar kent, ingaande vanaf het moment dat Blasco daadwerkelijk bekend was met het beslag en de aansprakelijke personen. Dit was uiterlijk 2 juli 1993 voor de bedrijfsschade en 12 oktober 1994 voor de procedurekosten. Omdat geen stuiting van de verjaring is gebleken, zijn de schadevergoedingsvorderingen verjaard.
Blasco betoogde dat gedaagden afstand hadden gedaan van verjaring of dat het beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar de rechtbank wijst deze bezwaren af. De vorderingen tot verklaring voor recht zijn niet verjaard en kunnen nog niet worden beoordeeld zolang de hoofdzaak nog loopt bij het gerechtshof.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verzoekt partijen zich uit te laten over de voortzetting van de procedure.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag is verjaard; verdere beslissing wordt aangehouden.