ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6149
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verlof wapens en munitie na veroordeling rijden onder invloed
Eiser vroeg een verlof aan krachtens de Wet wapens en munitie (Wwm) voor het bezit van wapens en munitie ten behoeve van de schietsport. De korpschef weigerde dit verlof op grond van een veroordeling van eiser op 9 juni 2009 wegens rijden onder invloed, binnen de vierjarige terugkijktermijn zoals bepaald in de Circulaire wapens en munitie 2005 (Cwm 2005).
Eiser stelde dat een incidentele veroordeling voor rijden onder invloed niet automatisch tot weigering van het verlof zou moeten leiden en dat een waarschuwing volstond. De rechtbank oordeelde echter dat de recente veroordeling en de aard van het misdrijf voldoende grond vormen om het verlof te weigeren. De Cwm 2005 laat ruimte voor een restrictief beleid waarbij reeds geringe twijfel aan het verantwoord zijn van het verlof reden kan zijn voor weigering.
Verder oordeelde de rechtbank dat de procedure correct is gevolgd, dat geen sprake is van schending van hoorplicht of redelijke termijn, en dat de bevoegdheden van verweerder niet te ruim zijn uitgeoefend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verlof wapens en munitie wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.