ECLI:NL:RVS:2009:BI2283
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J.M. Schuyt
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in verblijfsrechtelijke procedure
In deze zaak heeft een vreemdeling een verzoek ingediend om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een verblijfsrechtelijke procedure. De procedure bestond uit een bezwaar- en twee rechterlijke instanties. De Raad van State overweegt dat het verzoek niet op artikel 6 EVRM Pro kan worden gebaseerd, maar dat het rechtszekerheidsbeginsel ook binnen de nationale rechtsorde geldt en een redelijke termijn vereist.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat in vergelijkbare zaken een totale procedureduur van maximaal vijf jaar redelijk is, met een maximale duur van één jaar voor bezwaar, twee jaar voor beroep en twee jaar voor hoger beroep. In deze zaak duurde de bezwaar- en beroepsprocedure samen twee jaar, wat binnen de redelijke termijn valt.
De rechtbank had geoordeeld dat geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn en wijst het verzoek om schadevergoeding af.