ECLI:NL:RVS:2006:AV2274
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vuurwapenverlof wegens twijfel aan verantwoord wapenbezit
De Korpschef van de politieregio Gelderland-Midden trok op 19 februari 2004 het verlof van appellant voor het bezit van vuurwapens en munitie in. De Minister van Justitie handhaafde dit besluit in administratief beroep. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd is een verlof in te trekken als er aanwijzingen zijn dat het wapenbezit niet langer verantwoord is, ook zonder strafrechtelijke veroordeling. Het besluit was gebaseerd op een proces-verbaal van politieambtenaren dat psychische klachten en verward gedrag van appellant op 19 februari 2004 vaststelde.
Appellant voerde aan dat er cumulatie van aanwijzingen vereist is en dat de verklaring van een zorgconsulente het tegendeel bewijst. De Afdeling verwierp deze stellingen en stelde dat geringe, objectief toetsbare twijfel voldoende is om het verlof in te trekken. De verklaring van de zorgconsulente werd als onvoldoende deskundig beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van het verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie wordt bevestigd.