ECLI:NL:RBROT:2011:BR4957
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bergen
- T. Damsteegt
- J. de Gans
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsuitkering en maatschappelijke opvang aan uitgeprocedeerde vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiseres, een alleenstaande vrouw zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om een bijstandsuitkering op grond van de WWB, maatschappelijke opvang op grond van de Wmo en buitenwettelijke hulp (bed-bad-broodregeling). Verweerder wees deze verzoeken af omdat eiseres geen rechtmatig verblijf had en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugkeer naar het land van herkomst onmogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de bijstandsuitkering terecht was op basis van de koppelingsregeling van de WWB. Ook de maatschappelijke opvang werd geweigerd omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van de Wmo en geen rechtmatig verblijf had. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat eiseres niet tot de kwetsbare categorie behoorde die bijzondere bescherming verdient, mede gelet op het medische advies.
Daarnaast werd geoordeeld dat de brief van verweerder over de bed-bad-broodregeling geen besluit in de zin van de Awb was, omdat er geen publiekrechtelijke bevoegdheid bestond voor deze voorziening. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees tevens op de ruime beoordelingsmarge van de staat bij het verstrekken van publieke middelen aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van de uitgeprocedeerde vreemdeling tegen weigering van bijstand en maatschappelijke opvang ongegrond.