ECLI:NL:RBROT:2012:BW6067
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Gijzen
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- J.D.M. Nouwen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding in andere gemeente
Eisers ontvingen bijstand van de gemeente Rotterdam, maar verweerder herzag het recht op uitkering over de periode van 1 juli 2007 tot 31 juli 2010 en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag van €48.623,26 terug. Dit bedrag werd ook hoofdelijk teruggevorderd van eiser, omdat zij samen een gezamenlijke huishouding voerden in Barendrecht, een andere gemeente.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar hoofdverblijf had in Barendrecht en daarmee geen recht had op bijstand van Rotterdam. De vaststelling van een gezamenlijke huishouding werd ondersteund door diverse onderzoeken, getuigenverklaringen en het feit dat de kinderen van eisers in Barendrecht naar school gingen. Eisers voerden aan dat er geen sprake was van samenwoning en dat een gewenningsperiode was afgesproken, maar de rechtbank hechtte meer waarde aan de verklaringen van de klantmanager en het onderzoek.
De rechtbank bevestigde dat verweerder bevoegd was de bijstand terug te vorderen op grond van de Wwb en dat eiser hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugvordering. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen tegen de herziening en terugvordering van de bijstand worden ongegrond verklaard.