De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak waarin moeder en twee minderjarige kinderen smartengeld vorderden wegens de doodslag op de echtgenoot en vader door de gedaagde. Na deskundigenonderzoek werd vastgesteld dat de moeder een posttraumatische stressstoornis heeft ontwikkeld als gevolg van de confrontatie met het misdrijf, waarvoor zij recht heeft op vergoeding van shockschade.
De twee kinderen werden eveneens onderzocht. Bij het oudste kind werd geen psychiatrische stoornis vastgesteld, maar wel een aantasting van de persoon door het wegvallen van de vaderfiguur, wat recht geeft op immateriële schadevergoeding. Het jongste kind leed aan een posttraumatische stressstoornis door de directe confrontatie met het misdrijf en de nasleep daarvan, wat eveneens recht geeft op smartengeld.
De rechtbank kende aan de moeder en elk van de kinderen een bedrag van €30.000,- toe voor immateriële schade, naast andere toegewezen schadevergoedingen. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen met wettelijke rente en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.