Uitspraak
Rechtbank [woonplaats]
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 maart 2014 in de zaken tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiser,
de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
besluit 2 – ten grondslag gelegd dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Het plichtsverzuim dat eiser wordt verweten bestaat er uit dat eiser:
niet te rijmen met eisers functie en de daarbij in acht te nemen integriteit dat hij zich blijkens onder meer de uitleesgegevens van zijn telefoon op 10 juni 2012 in de nachtelijke uren heeft opgehouden in de buurt van het terrein van ECT op de Maasvlakte en daarbij vergezeld door en op verzoek van zijn door hem aangeduide [vriend] met zijn auto is weggereden en daarbij werd gevolgd door een met schuine rode strepen bestickerde en van een zwaailicht voorziene Volkswagen Caddy, welke auto eerder werd bestuurd door [vriend] en blijkens het proces-verbaal is gebruikt voor het ophalen van de tas met drugs uit de container op het haventerrein van ECT, en hij vervolgens is aangehouden bij een portiek op de Tholenstraat te [woonplaats], alwaar op dat moment, zo achteraf bleek, in een woning de tas met drugs is aangetroffen.”. Eisers stelling dat hij niet heeft kunnen weten dat zijn vriend/kennis zich bezighield met strafbare praktijken dient voor zijn risico te blijven nu de situatie in de nacht van 10 op 11 juni 2012 zo was dat eiser zich daar verre van had moeten houden. Voorts acht de rechtbank van belang dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd door te verklaren dat hij zijn vriend/kennis tegenkwam in een café en te verklaren dat hij zijn vriend/kennis van zijn werk bij de Maasvlakte zou ophalen. In het strafproces omschrijft de raadsvrouw dit in haar pleitaantekeningen als volgt:
mr. C.E. Bos, leden, in aanwezigheid van mr. B.M. van der Kuil, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2014.