Uitspraak
VERDACHTE 1,
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar;
- verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag ad € 18.200,-.
- de ruimte in de machine was daartoe in het bijzonder geschikt;
- de tapgesprekken tussen (…) en verdachte 1 over ‘wit’ en ‘groen’;
- het feit dat de verdachten op 29 mei 2013 voordat zij naar (...) zijn gegaan, een bezoek aan de loods aan de (...) hebben gebracht. Daaruit volgt de link tussen de cocaïne uit de Braziliaanse containers met limoenen en de machine.
- (...) en niet de verdachte 1 zich bezighield met het handeldrijven door (...) Ltd. De verdachte 1 heeft niets te maken met de bestelling van de limoenen, hetgeen ook blijkt uit het feit dat er geen enkele correspondentie of tapgesprek met betrekking tot de bestelling of betaling hiervan is aangetroffen. Ook de Bill of Lading was niet in het bezit van de verdachte 1 of (...). De verdachte 1 wist derhalve niet dat zich in de derde container, die op 22 mei 2013 Nederland is binnengekomen, tussen de limoenen ook cocaïne bevond.
- Het bewijs ontbreekt dat in een eerder dan 22 mei 2013 binnengekomen container cocaïne heeft gezeten. Uit de getapte telefoongesprekken tussen de verdachte 1 en verdachte 3 over de monsterneming uit dozen van de container kan dat ook niet worden afgeleid. Het arrest van het hof Amsterdam van 17 september 2012 (ECLI:NL:GHAMS:2012:BY0657) is niet van toepassing nu geen sprake is van de situatie dat geen andere conclusie mogelijk is dan dat sprake is geweest van handelingen met betrekking tot cocaïne. Kennelijk ging de politie daar toen ook niet van uit, anders was er wel alsnog geobserveerd of een inval gedaan. De gesprekken tussen de verdachte 1 en verdachte 3 gingen over (limoen)monsters uit de dozen met limoenen.
- Er zijn noch door de verdachte 1 noch door zijn medeverdachten handelingen verricht die kunnen worden gebracht onder het begrip ‘verlengde invoer’ zoals nader uitgelegd in het arrest van de Hoge Raad van 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9575, noch zijn er voorbereidingshandelingen daartoe verricht. Immers, in het dossier worden geen bestellingen, geen betalingsverkeer met de verzender en geen instructies omtrent enige verpakking of wat dan ook aangetroffen.
- op 21 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 2 waarin verdachte 1 zegt dat ze nummer 3 al hebben en dat hij morgen moet afstempelen;
- op 21 mei 2013 tussen verdachte 1 en verdachte 6 waarin verdachte 1 zegt dat nummer 3 er nu ook is, dat snor (= verdachte 4) naar (...) (= verdachte 1) moet luisteren en dat (...) (= verdachte 6) morgen even weg moet; half uurtje heen en half uurtje terug;
- op 21 mei 2013 tussen verdachte 1 en verdachte 6 waarin verdachte 1 zegt dat hij net verdachte 5 aan de telefoon had en dat ze het nu goed moeten blijven doen.
- op 22 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 2 waarin verdachte 1 zegt dat hij vanmiddag even naar die andere kant gaat om te stempelen en verdachte 2 vraagt of die ook naar de fotograaf gaat;
- op 22 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 6 waarin verdachte 1 zegt dat die zoon van snor (= verdachte 5) ook even komt, dat het er hem omgaat even naar (...) rijden, stempel zetten en klaar.
- op 22 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 5 waarin laatstgenoemde zegt dat de eerste is opgehaald, dat de tweede morgen wordt opgehaald en of zij de papieren moeten hebben van de derde. Verdachte 1 antwoordt daarop dat er al twee zijn opgehaald, dat verdachte 5 gewoon moet doen zoals het altijd gaat en dat hij de papieren wil hebben;
- op 22 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 2 waarin verdachte 2 wederom tot twee maal toe vraagt of de fotograaf er nog bij komt, verdachte 2 zegt dat snor (= verdachte 4) weet hoe hij dat moet regelen en dat hij nu zijn telefoon uit zet;
- op 23 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 3 1 waarin verdachte 1 vraagt of verdachte 3 heeft gekeken hoeveel uit de container is gehaald die net is verkocht aan de jongen van (…), omdat daar een paar pallets monsters uit zijn getrokken. Twee pallets zijn opnieuw gesealed. Daarop zegt verdachte 3 dat hij de volledige pallets heeft, waarop verdachte 1 zegt dat dat niet kan en verdachte 3 zegt dat hij dat begrijpt;
- op 23 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 3 1 waarin verdachte 1 zegt dat op de laadbrief de naam van ons/zijn bedrijf moet staan, te weten (...) in Rotterdam en dat ze een stuk verder zijn en dat de derde er aan komt en voorts een gesprek waarin verdachte 3 zegt dat er 2 containers zijn binnengekomen en dat uit eentje geen monsters zijn uitgenomen en dat de verdachte 1 zegt dat hij de complete al heeft verkocht en dat bij deze container de ontbrekende dozen van de rekening moeten worden afgetrokken en dat hij nu de vrachtbrieven gaat invullen en dat hij een stempel heeft;
- op 23 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 5 waarin verdachte 1 zegt dat hij die stempel moet hebben en verdachte 5 zegt dat hij Lange (= verdachte 6) nodig heeft, dat voor schipper (= (...)) een grotere moet worden gereserveerd en dat Lange 3 moet krijgen;
- op 23 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 3 en (...) waarin wordt afgesproken dat verdachte 3 op zaterdag 24 mei 2013 de limoenen bij (...) in (…) komt brengen;
- op 23 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 3 en verdachte 1 waarin verdachte 3 zegt dat hij de vrachtbrief van (...) kan gebruiken en verdachte 1 zegt dat verdachte 3 zaterdag dan die lange moet oppakken; of hij moet naar het terrein toerijden dat hij daar effe instapt, zegt verdachte 3;
- op 23 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 5 waarin verdachte 5 zegt dat hij de naam wil weten van die schipper, Verdachte 1 dan de naam (...) doorgeeft aan verdachte 6 (die bij verdachte 5 is), verdachte 5 het telefoonnummer van Bo-Rent aan verdachte 1 geeft en tegen hem zegt dat hij een sprinter busje voor zaterdag moet regelen op naam van die schipper en dat Lange (= verdachte 6) 3 moest hebben;
- op 23 mei 2013 een gesprek waarin verdachte 1 voor vrijdag en zaterdag een Sprinter reserveert bij Bo-Rent op naam van (...);
- op 24 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en (...) waarin verdachte 1 zegt dat lange (...) (= verdachte 6) (...) zal oppikken om naar Bo-rent te gaan om een sprinter te huren;
- op 24 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 4 waarin verdachte 1 zegt dat een sprinter is gehaald;
- op 24 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 4 waarin verdachte 1 zegt dat hij die eerste twee al heeft verkocht, zij zetten dat op de rekening en dan kunnen zij daar alles lekker van betalen. Tevens zegt verdachte 1 dat het beter is dat hij verdachte 4 morgen even ziet;
- op 24 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 2 waarin verdachte 1 zegt dat (...) niet is betaald, dat hij morgen snor (= verdachte 4) ziet en dan van de hoed en rand weet. Verderop in het gesprek zegt verdachte 1 dat hij (kennelijk aan (...)) had gevraagd of alles oke was en dat "hij" ((...)) had gezegd van niet. Verdachte 1 zegt dat hij enorm was geschrokken en gevraagd had of het fout was waarop "hij" ((...)) had gezegd dat de transportdingen niet betaald waren;
- op 24 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 6 waarin verdachte 1 zegt dat verdachte 6 morgen niet moet vergeten een kaartje mee te nemen van die mensen en dat de factuur voor (...) is;
- op 25 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 4 en verdachte 5 waarin verdachte 4 zegt dat zij weer 4 telefoons moeten regelen;
- op 27 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 3 waarin verdachte 3 zegt dat er in totaal 12 doosjes zijn afgetrokken;
- op 28 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 1 en verdachte 6 waarin verdachte 6 zegt dat hij on tour is van hot naar her, Verdachte 1 aan hem vraagt of het stempeltje nog is gelukt, waarin verdachte 6 zegt dat hij deze heeft opgehaald en bij zich heeft in de auto. Verdachte 1 zegt dat hij vandaag nog met (...) (= verdachte 2) naar (…) toe moet;
- op 28 mei 2013 een gesprek tussen verdachte 6 en verdachte 5 waarin verdachte 5 zegt dat zij elkaar tussen half 11 en 11 uur zien bij die ding (= de Mercedes Sprinter), die bij die schip (= (...)) is gezet en dat ‘het ding om mee te praten’ toch bij die andere is.
Conclusies
inNederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I: te weten
bruto
de periode1 januari 2013 en met 29 mei 2013 te Rotterdam
en/of (...) en/of elders in Nederlandtezamen en in vereniging met anderen, meermalen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid en 504,1 kilo
brutovan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en te bevorderen
:
geregelddan wel laten regelen van de (inklarings)papieren voor de import van de deklading limoenen van de zending(en) cocaïne en
gegevenen/of aanwijzi
ngen met betrekking tot uithalen en/of opslag aan een of meer van zijn mededader(s)
en
en
smet) de lading(en) (met cocaïne) in ontvangst genomen/laten nemen en gelost en (vervolgens) opgeslagen en
- 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren;
- gelast de teruggave aan de beslagene van een geldbedrag ad € 18.200,- ;
borgsom van € 20.000,-(twintigduizend euro), die door of namens de verdachte als zekerheid voor de nakoming van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden is gestort, wordt teruggegeven aan degene die deze zekerheid heeft gesteld.