De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legde een luchtvaartmaatschappij een bestuurlijke boete van €200.000 op wegens overtreding van artikel 23, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1008/2008, omdat de definitieve prijs niet bij iedere prijsaanduiding op de website werd vermeld. ACM constateerde dat boekingskosten van €10 per ticket niet direct in de prijs waren opgenomen, wat het vergelijken van prijzen voor consumenten bemoeilijkte.
De luchtvaartmaatschappij voerde aan dat deze kosten variabel waren en dat ACM onzorgvuldig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld door een te korte termijn voor aanpassing te hanteren. De rechtbank oordeelde dat de definitieve prijs bij elke prijsvermelding moet worden getoond en dat de boekingskosten onvermijdbaar en voorzienbaar waren. Het beroep op gelijkheidsbeginsel en zorgvuldigheid faalde.
De rechtbank stelde vast dat de overtreding slechts bewezen was vanaf 7 januari 2014 tot 26 februari 2014, korter dan ACM had aangenomen. Daarom werd de boete gematigd tot €150.000. De rechtbank wees ook het beroep op rechtszekerheid af en oordeelde dat de boete proportioneel was. ACM werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.