ECLI:NL:RBROT:2015:7075
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens ontbreken tewerkstellingsvergunningen
Eiseres kreeg een boete van €96.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door acht vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. De vreemdelingen hadden aanvragen voor verblijfsvergunningen als kennismigrant ingediend, maar deze waren afgewezen, waardoor zij niet rechtmatig in Nederland verbleven.
Eiseres voerde aan dat de boete onterecht was omdat de loonberekening onjuist was en dat de vreemdelingen niet gehoord waren, maar de rechtbank oordeelde dat het administratieve onderzoek voldoende was en dat het niet horen van de vreemdelingen geen onzorgvuldigheid opleverde. Ook het standpunt dat eiseres zich niet bewust was van de overtreding vanwege verblijfsstickers werd verworpen, omdat de werkgever zelf verantwoordelijk is voor naleving van de Wav.
Verder stelde eiseres dat de boete onevenredig hoog was en dat zij de boete niet kon betalen. De rechtbank stelde vast dat de boete conform beleidsregels was vastgesteld en dat eiseres geen bewijs had geleverd van onvermogen. Een betalingsregeling werd getroffen. De rechtbank concludeerde dat er geen reden was tot matiging en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €96.000,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.