ECLI:NL:RVS:2014:4707
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vennootschap
De minister legde een boete van €24.000 op aan een vennootschap wegens het laten verrichten van arbeid door drie Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De vennootschap stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was vanwege het niet wijzen op het zwijgrecht en betwistte de bewijslast en identiteit van de vreemdelingen.
De Raad van State oordeelde dat het administratief onderzoek correct was uitgevoerd en dat de vennootschap op het zwijgrecht was gewezen. De minister had voldoende bewijs geleverd dat de vreemdelingen werkzaamheden hadden verricht zonder vergunning. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigde deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak matigde de boete met 50% tot €12.000, omdat de vennootschap een startende onderneming was, de overtreding niet bewust was, de verschuldigde belastingen en premies waren afgedragen, geen sprake was van onderbetaling of uitbuiting, en de financiële situatie van de vennootschap dit rechtvaardigde. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan de vennootschap vergoed.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot €12.000 en het hoger beroep van de vennootschap wordt gegrond verklaard.