ECLI:NL:RBROT:2015:8191
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering herziening onherroepelijke bestuurlijke boete en terugvordering werkloosheidsuitkering
Eiseres werd geconfronteerd met een onherroepelijke bestuurlijke boete en terugvordering van teveel ontvangen werkloosheidsuitkering. Zij verzocht om herziening van de boete en stelde dat haar financiële situatie en afspraken in een echtscheidingsconvenant aanleiding gaven tot heroverweging. Verweerder weigerde dit, stellende dat de boete onherroepelijk was en dat de wet deelname aan schuldregelingen uitsluit bij boeteoplegging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om herziening geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid bevatte zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Het feit dat eiseres een minnelijk schuldentraject wilde starten, werd niet als novum gezien, mede vanwege wettelijke belemmeringen. Ook het echtscheidingsconvenant kon geen gevolgen hebben voor de bevoegdheid tot boeteoplegging.
Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank benadrukte dat onherroepelijke boetes niet opnieuw hoeven te worden beoordeeld, tenzij er rechtsmiddelen openstaan. De beslissing is in lijn met eerdere jurisprudentie en wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot herziening van de onherroepelijke bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.