ECLI:NL:CRVB:2010:BO7276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening TW-uitkering na wijziging regelgeving stamrecht
Appellant had een TW-uitkering van ƒ 16,80 per week toegekend gekregen waarbij rekening werd gehouden met een stamrechtuitkering. Na een wijziging van het Inkomensbesluit TW in 2008, waarin stamrechtuitkeringen onder voorwaarden niet langer als inkomen in verband met arbeid worden beschouwd, verzocht appellant om herziening van eerdere besluiten uit 2000.
Het Uwv wees dit verzoek af omdat de wijziging van regelgeving geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt die herziening rechtvaardigt. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat er wel sprake was van een nieuw feit en dat het Uwv in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel had gehandeld door niet terug te komen op de besluiten. De Raad oordeelde echter dat een wijziging van regelgeving of jurisprudentie geen grond is voor herziening volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af, waarbij ook geen proceskosten werden toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en de beperkte mogelijkheden tot herziening van bestuursbesluiten op grond van nieuwe regelgeving.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de TW-uitkering.