ECLI:NL:RBROT:2016:2592
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor niet naleven rookverbod in horeca-inrichting
Op 1 juli 2014 constateerde de NVWA tijdens een inspectie in een horecagelegenheid dat er werd gerookt, ondanks het geldende rookverbod. Een werknemer was aanwezig en werd blootgesteld aan tabaksrook. De werkgever kreeg een bestuurlijke boete opgelegd van €2.400 vanwege herhaalde overtredingen.
De werkgever voerde aan dat zij voldoende maatregelen had getroffen en dat de werknemer niet had kunnen opmerken dat een klant rookte. Tevens stelde zij dat het proces-verbaal onjuistheden bevatte en dat zij niet opnieuw had mogen worden gehoord na het aanvullend proces-verbaal.
De rechtbank oordeelde dat het niet van belang is of de werknemer daadwerkelijk de rokende klant zag, maar of zij dat had moeten doen en daartegen had moeten optreden. De overtreding en de verwijtbaarheid daarvan werden bewezen geacht. De boete was passend gezien eerdere boetes en er waren geen bijzondere omstandigheden voor matiging.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard en de boete van €2.400 gehandhaafd.