Eiseres, een vennootschap onder firma, kreeg een bestuurlijke boete van €12.000 opgelegd wegens het niet verstrekken van de identiteit van een arbeidskracht tijdens een controle op de weekmarkt te Rotterdam. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid constateerde dat een man in een wit T-shirt arbeid verrichtte en dat eiseres niet meewerkte aan het vaststellen van zijn identiteit.
Eiseres betwistte de waarnemingen van de arbeidsinspecteurs en stelde dat zij tijdig had gereageerd met de mededeling dat de identiteit van de man onbekend was. De rechtbank oordeelde dat het boeterapport betrouwbaar was en dat eiseres onvoldoende inspanningen had verricht om de identiteit vast te stellen. De overtreding stond daarmee vast.
De rechtbank stelde vast dat het toepasselijke wetsartikel op het moment van de overtreding een inspanningsverplichting inhield, die gunstiger was dan de latere resultaatverplichting. Gezien de omstandigheden en jurisprudentie werd de boete verminderd naar €8.000. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en verweerder veroordeeld in de proceskosten.