Uitspraak
200705960/1heeft de Afdeling de daartegen door de minister en [appellante] ingestelde hoger beroepen gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank van 3 juli 2007 vernietigd, het door [appellante] tegen het besluit van 3 november 2006 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en de minister opgedragen een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat, voor zover thans van belang, het in dit geval op de weg lag van de staatssecretaris om [appellante] in de bezwaarfase in de gelegenheid te stellen gegevens over te leggen omtrent haar financiële omstandigheden alsmede dat [appellante] met de in beroep overgelegde gegevens tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt dat er mogelijk aanleiding voor matiging zou kunnen zijn, nu blijkens de verklaring van de minister ter zitting in hoger beroep ook inkomensgegevens worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of aanleiding voor matiging bestaat. Derhalve heeft de staatssecretaris, zo heeft de Afdeling in die uitspraak overwogen, gelet op de door [appellante] in beroep overgelegde gegevens, niet zonder nader onderzoek en zonder nadere motivering het in het besluit van 3 november 2006 ingenomen standpunt, dat geen grond bestaat voor matiging, kunnen handhaven.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200802872/1), bestaat geen reden tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.