ECLI:NL:RBROT:2016:4794
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens overtreding rookverbod in horeca-inrichting bevestigd ondanks betwisting gezagsverhouding
Eiseres kreeg een boete van €600 opgelegd wegens overtreding van het rookverbod in haar horecagelegenheid, vastgesteld door toezichthouders van de NVWA die constateerden dat er werd gerookt in de inrichting. Eiseres voerde aan dat haar horecagelegenheid kleiner was dan 70 m2 en dat er geen gezagsverhouding bestond met de man achter de bar, waardoor zij niet als werkgever kon worden aangemerkt. Tevens betwistte zij de betrouwbaarheid van het relaas van bevindingen omdat de identiteit van de toezichthouder niet bekend was gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs op het proces-verbaal mocht worden gebaseerd en dat eiseres niet had betwist dat er werd gerookt en dat de man achter de bar horecawerkzaamheden verrichtte. De rechtbank verwierp het betoog dat de toezichthouders zich moesten legitimeren en stelde vast dat de gezagsverhouding aan de hand van feitelijke omstandigheden moest worden beoordeeld. Gezien de werkzaamheden van de man achter de bar en de ruime interpretatie van werkgever en werknemer in de Tabakswet, was er wel degelijk sprake van een gezagsverhouding.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen en dat er geen reden was tot matiging. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard en de boete van €600 gehandhaafd.