Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 12 april 2016;
- het verweerschrift, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van Stichting Aafje tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens bedrijfseconomische redenen en het vervallen van haar functie. De werknemer was na boventalligheid gestart in een proefplaatsing als Teamcoach, welke na verlenging werd beëindigd wegens onvoldoende functioneren volgens de werkgever.
Het UWV had toestemming tot opzegging geweigerd omdat het de proefplaatsing van tien maanden niet als rechtsgeldige proefplaatsing beschouwde. De kantonrechter toetste of de werkgever kon aantonen dat herplaatsing binnen redelijke termijn niet mogelijk was, een vereiste voor ontbinding.
Hoewel de werkgever een reorganisatie en vervallen functie aannemelijk maakte, kon zij niet overtuigend aantonen dat de werknemer niet herplaatsbaar was. De beoordeling van het functioneren was onvoldoende onderbouwd, met gebrek aan documentatie en onvoldoende communicatie over twijfels en verbeterpunten.
De kantonrechter concludeerde dat niet was voldaan aan de vereiste dat herplaatsing niet mogelijk is, en wees het ontbindingsverzoek af. Partijen dragen elk hun eigen kosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing dat herplaatsing niet mogelijk is.