Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam](persoon 1) en
[Naam](persoon 2), allen te [plaats] , verzoekers,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen twee besluiten van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). ACM had een onderneming en haar twee bestuurders bestuurlijke boetes opgelegd wegens meerdere overtredingen van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) en relevante artikelen uit het Burgerlijk Wetboek (BW). De overtredingen betroffen het niet tijdig en correct terugbetalen aan consumenten na ontbinding van koopovereenkomsten en het verstrekken van misleidende informatie over consumentenrechten.
ACM stelde dat de onderneming een vaste gedragslijn voerde waarbij consumenten die hun rekeningnummer niet uit eigen beweging opgaven, niet direct werden terugbetaald maar waardebonnen ontvingen zonder instemming. Ook werden retourzendingen soms afgekeurd zonder de consument te informeren, wat leidde tot onterechte niet-terugbetalingen. De onderneming en bestuurders werden als feitelijke leidinggevenden verantwoordelijk gehouden. Verzoekers betwistten de overtredingen en de hoogte van de boetes en stelden dat ACM hen verkeerd had voorgelicht over de verplichtingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ACM voldoende had aangetoond dat de overtredingen hadden plaatsgevonden en dat de boetes proportioneel waren. De gedragingen werden als collectieve inbreuk op consumentenbelangen gezien. De stellingen van verzoekers konden de vaststaande overtredingen niet weerleggen. De rechtbank zag geen reden om de boetes of de publicatiebesluiten te schorsen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen boetes en publicatie ACM wordt afgewezen.