ECLI:NL:RBROT:2016:8348
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing publicatie boete wegens niet voldoen aan prospectusplicht bij obligatie-uitgifte
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening van een indirect aandeelhouder en bestuurder van een onderneming die door de AFM een bestuurlijke boete van € 50.000,- was opgelegd wegens het niet voldoen aan de prospectusplicht bij het aanbieden van obligaties.
De AFM stelde dat de obligaties niet onder de uitzondering van de prospectusplicht vielen omdat de waarde van de ingebracht natura lager was dan de aankoopprijs, waardoor de minimale tegenwaarde van € 100.000,- per belegger niet werd gehaald. De verzoeker betoogde dat de uitzondering wel van toepassing was, onder verwijzing naar een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De rechtbank oordeelde dat de waardering van de natura op basis van de aankoopprijs, ondanks de waardedaling, een strategische keuze was binnen het verdienmodel van de onderneming en dat er geen concrete aanwijzingen waren dat deze waardering was bedoeld om de prospectusplicht te omzeilen. De AFM had onvoldoende bewijs geleverd dat de waardebepaling niet het resultaat was van een normaal proces van vraag en aanbod.
Daarom werd geconcludeerd dat de voorwaarden voor de uitzondering op de prospectusplicht waren vervuld en dat de AFM niet bevoegd was de boete op te leggen. De rechtbank schorste het publicatiebesluit en veroordeelde de AFM tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de publicatie van het boetebesluit omdat is voldaan aan de uitzondering op de prospectusplicht.